Van Rhacodactylus ciliatus zijn er geen ondersoorten bekend , er zijn echter wel een aantal “morphs” dit zijn echter vormen die ook in het wild voorkomen .
Op de moment behoord ciliatus nog tot Rhacodactylus maar hier kan binnenkort verandering in komen daar ze het Rhacodactylus genus aan het bekijken zijn . Lange tijd heeft men gedacht dat ciliatus in het wild was uitgestorven maar in 1994 werden ze weer ontdekt .
R. ciliatus komt enkel voor in Nieuw Caledonië . Rhacodactylus ciliatus bewoond vochtige bossen en kan men vinden op bomen en in boomtoppen .
R. ciliatus wordt ongeveer 20 cm . R. ciliatus heeft zijn Nederlandse naam niet gestolen , boven het oog zijn nl vrijwel altijd stekels te vinden deze kunnen doorlopen tot in de nek maar soms ook over heel de rug . Zoals gezegd zijn er van ciliatus een hele hoop kleurvarianten , ik ga echter niet alle variaties aanhalen het zijn er nl teveel . De kleur van gaan van bruin , groenigbruin , geel , oranje , rood , creme , beige . Hier is ook weer een hele morphcultuur aan het groeien wat de soort vaak niet ten goede komt(inteelt , kruisingen met R. chahoua en R. auriculatus enz ) .
Als de staart bij R. ciliatus wordt afgeworpen groeit deze niet meer aan , hierdoor vind je in het wild vrijwel enkel staartloze dieren .
Mijn kweekgroep(1.3) zit in een bak van 80x60x110 (lxbxh) daar dit boombewoners zijn is dit een goede maat . De bak is ingericht met een hoop dikke (ong 7 cm diameter) lianen, een aantal stukken kurkschors en wat planten(bromelia , philodendron) . Als bodembedekking gebruik ik turf , ik gebruik hiervan een laag van ong 2 cm . Deze laag laat ik kurkdroog daar ze anders hun eitjes overal gaan leggen . Tussen wat stukken kurk heb ik tevens een legbak verstopt , deze is ook gevuld met turf maar wordt altijd vochtig gehouden . Op deze manier leggen de dieren altijd in de legbak en moet je je bak niet helemaal overhoop halen als je de eitjes zoekt .
Vermits deze dieren geen al te hoge temperaturen verdragen kunnen ze perfect op kamertemperatuur gehouden worden .Ik heb dan ook enkel 2 2.0 Tl lampen van 15W erin hangen .
Ik geef de dieren ook altijd een winterrust , dan laat ik de lichturen zakken van 13 naar 9 . De temperatuur zakt automatisch vermits ik geen verwarming op mijn kamer heb . Deze gaat in de winter ’s nachts tot 14-15°C en 20°C overdag .
Als de dieren uit winterrust komen en de vrouwen op gewicht zijn kan je aan de kweek beginnen . De kweek op zich gaat vrij vlot en geeft normaal gezien geen problemen .
Voeder de vrouwen goed tijdens de dracht daar ze toch vrij sterk kunnen vermageren tijdens het kweekseizoen .
Eitjes kan je op kamertemperatuur uitbroeden maar ik leg ze in de broedstoof bij 26° in vermiculiet(1:1) . Bij deze temperatuur komen de eitjes na ongeveer 80-90 dagen uit .
De opfok van de jongen is niet lastig , ik kweek ze op in faunaboxen . Pas geboren dieren gaan in een bakje van 20x20x20 tot de 3 maanden zijn dan gaan ze naar een grotere maat .
Zet de jongen altijd apart zodat ze goed eten en niet gedomineerd kunnen worden door een groter leeftijdgenootje .
Rhacodactylus ciliatus eet zowel insecten als fruit .
Qua insecten kan je vrijwel alle aanbieden : krekels , sprinkhanen , kakkerlakken , wasmotlarven(en de motten zelf) maar ook babymuizen worden graag gegeten .
Qua fruit kan je vrijwel alles geven als het maar zoet is , hier krijgen de dieren banaan , mango , perzik , abricoos , aardbei , appel , druif , kiwi , papaya en verse vijg . Ik geef ze hier tevens ook fruitpap van olvarit , phelsumax en crested gecko diet .
Volwassen dieren krijgen hier 2 keer per week fruit en 1 keer per week insecten , nakweek krijgt 2 keer insecten en 1 keer pap .
Het is van groot belang van je voederdieren altijd te bepoederen met een goed mineraal en vitamine preparaat(ik gebruik hiervoor Miner All indoor) . Door de papjes wordt tevens miner all of calciumlactaat gemengd .
Rhacodactylus ciliatus is een heel leuke gekkosoort die niet lastig is om te houden en kweken . ciliatus wordt ondertussen ook al massaal gekweekt dus men vind ze zeer makkelijk .